Prestatiebeoordeling van gerecupereerde isolatie.

Binnen dit luik van het onderzoek werden verschillende technische eigenschappen en prestaties onderzocht van isolatiematerialen die gedurende meerdere jaren in gebouwen in gebruik waren. Het doel was om na te gaan welke isolatiematerialen hun oorspronkelijke prestaties goed behouden, waar mogelijke degradatie optreedt en welke prestaties realistisch kunnen worden aangenomen wanneer het materiaal een tweede leven krijgt.

stap-7.png
Methodologie

67 casestudies, 5 belangrijke parameters, gestandaardiseerd gemeten.

Allereerst werden de isolatiematerialen uit de 67 casestudies zorgvuldig geïnventariseerd en werd per case relevante achtergrondinformatie verzameld. Daarbij werd onder meer gekeken naar de oorspronkelijke toepassing, de bevestigingswijze, de leeftijd en het productiejaar van het materiaal.

Vervolgens werden de isolatieplaten versneden tot testmonsters met de juiste afmetingen voor de verschillende proeven. In totaal werden binnen het onderzoek meer dan 1.200 testmonsters voorbereid. Van elk testmonster werden onder andere de dikte en densiteit bepaald, waarna de monsters onder gecontroleerde omstandigheden werden geconditioneerd en klaargemaakt voor verdere beproeving.

Voor elk isolatiemateriaal werden de thermische geleidbaarheid en waterabsorptie gemeten. Voor drukvaste en/of synthetische isolatiematerialen, zoals EPS, XPS, PUR/PIR of drukvaste minerale wol, werden daarnaast ook de druksterkte bij 10% vervorming en de dimensionele stabiliteit onderzocht.

Tot slot werden de meetresultaten waar mogelijk vergeleken met de oorspronkelijke productspecificaties uit historische technische fiches en technische goedkeuringen (ATG’s). De resultaten werden per materiaaltype geanalyseerd en vormden de basis voor de richtlijnen die binnen het onderzoek werden opgesteld en vervolgens vertaald naar de digitale tool.

67 casestudies, 5 belangrijke parameters, gestandaardiseerd gemeten.
5 parameters

Wat werd precies gemeten?

Binnen dit project werd de focus gelegd op 5 belangrijke parameters bij het hergebruiken van isolatiematerialen. Uiteraard zijn niet alle testen relevant voor elk soort of type isolatiemateriaal.

De densiteit geeft aan hoeveel massa isolatiemateriaal aanwezig is per volume-eenheid en wordt uitgedrukt in kg/m³. Hiervoor werden de massa en het volume van de testmonsters bepaald en omgerekend naar densiteit volgens NBN EN ISO 29470:2020. Deze bleek doorheen het onderzoek een belangrijke parameter te zijn om inschattingen te maken van de prestaties van hergebruikte isolatiematerialen.

De thermische geleidbaarheid of λ-waarde is de belangrijkste parameter voor isolatiematerialen. Het geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt: hoe lager de waarde, hoe beter het materiaal isoleert. De testmonsters werden onder gecontroleerde omstandigheden gemeten met een warmtestroommeter volgens NBN EN 12667:2001.

De druksterkte geeft aan hoeveel belasting een isolatiemateriaal kan opnemen voordat het vervormt. Het is vooral relevant voor vloer- en daktoepassingen waar het paneel belast wordt door specifieke belastingen. In het onderzoek werd het materiaal samengedrukt en de drukspanning bij 10% vervorming (in kPa) bepaald volgens NBN EN ISO 29469:2022. Deze parameter werd enkel getest op drukvaste isolatiematerialen zoals PUR/PIR, EPS, XPS en hoge densiteit minerale wol.

De dimensionele stabiliteit geeft aan in welke mate een isolatiemateriaal zijn oorspronkelijke afmetingen behoudt bij wisselende omgevingscondities. De testmonsters werden volgens NBN EN 1604:2013 blootgesteld aan zowel warme en vochtige omstandigheden (70 °C en 90% relatieve vochtigheid) als aan extreem koude omstandigheden (-20 °C), waarna de maatveranderingen procentueel werden bepaald. Deze eigenschap werd binnen het onderzoek enkel getest op synthetische isolatie zoals PUR/PIR, EPS en XPS.

Afhankelijk van de soort isolatie werd een korte of lange termijn waterabsorptietest uitgevoerd.

Minerale wol isolatie en cellulose: Bij de kortetermijnwaterabsorptie werden de testmonsters gedurende 24 uur gedeeltelijk in water ondergedompeld en werd de opgenomen hoeveelheid water bepaald aan de hand van de massatoename, volgens NBN EN ISO 29767:2019, methode A.

PUR/PIR, EPS en XPS: Bij de langetermijnwaterabsorptie werd de wateropname na 28 dagen volledige onderdompeling bepaald volgens NBN EN ISO 16535:2019.