Hoe kan ik de leeftijd van een isolatiemateriaal achterhalen?

De leeftijd en het productiejaar zijn belangrijke parameters bij het beoordelen van het hergebruikpotentieel van isolatiematerialen. Het is daarom aangewezen om deze informatie waar mogelijk zo nauwkeurig mogelijk te achterhalen.

Wanneer geen productiecode of oorspronkelijke technische fiche beschikbaar is, kan de leeftijd van de isolatie enkel indirect worden ingeschat. Hiervoor kan gekeken worden naar het bouw- of renovatiejaar van het gebouw, de periode waarin de isolatie werd geplaatst en beschikbare plannen, facturen, werfverslagen of andere projectdocumentatie.

Indien ook deze informatie ontbreekt, kan meestal geen betrouwbaar productiejaar worden bepaald en wordt de leeftijd best als onbekend beschouwd.

Bij PUR/PIR-isolatieplaten kan het productiejaar vaak rechtstreeks uit de productiecode worden afgeleid. De schrijfwijze van de datum verschilt daarbij volgens het gebruikte scheidingsteken.

Bij een code met schuine strepen wordt doorgaans het formaat DD/MM/YY gebruikt. Zo staat 20/05/04 voor 20 mei 2004. Bij een code met punten wordt het formaat YY.MM.DD gebruikt: 13.03.05 komt dan overeen met 5 maart 2013.

Bij XPS-platen van DOW kan de productiedatum worden afgeleid uit de LOT-code die op de plaat is aangebracht. De eerste letter geeft het productiejaar aan en de tweede letter de productiemaand, waarbij DOW werkt met een opeenvolgende lettercodering. Zo staat W voor 2008 en X voor 2009, terwijl voor de maanden A overeenkomt met januari, B met februari, enzovoort.

De code LOT PF17080100 08:59 kan volgens dit systeem worden opgesplitst als P – F – 17 – 08 – 01 – 00. Hierbij verwijst P naar 2001, F naar juni en 17 naar de dag van productie. De XPS-plaat werd dus geproduceerd op 17 juni 2001. De overige cijfers zijn codes voor onder meer het bedrijf, de productielocatie en fabrieksspecifieke informatie.

Bron: https://www.yumpu.com/en/document/read/7563945/product-coding-shelf-life-and-storage-stability-the-dow-chemical-

Hoe kan ik de leeftijd van een isolatiemateriaal achterhalen?

Brand & akoestiek

Binnen het onderzoeksproject werden geen aanvullende brandproeven of akoestische testen gedaan. Maar gezien de relevantie van beide eigenschappen voor isolatie werd door Buildwise onderstaande aanbevelingen uitgeschreven.

Binnen dit project werden geen aanvullende brandproeven uitgevoerd.

De bijdrage van isolatiematerialen aan de brandveiligheid van een gebouw wordt bepaald door hun brandreactie en hun rol als wezenlijk onderdeel binnen de volledige opbouw. Het KB Basisnormen stelt, afhankelijk van gebouwhoogte, bescherming en gevelconcept, eisen aan de brandreactie van deze onderdelen of voorziet specifieke typeoplossingen. De brandreactie van de gevel en de brandweerstand van scheidende bouwelementen worden op systeemniveau beoordeeld.

Minerale wol, zoals glas- en rotswol, heeft doorgaans een zeer gunstige brandreactie (A1) en geen bijdrage aan de brand. Binnen een constructie kan minerale wol bovendien de temperatuurontwikkeling beperken, op voorwaarde dat het materiaal tijdens de brand voldoende vormvast, geklemd of bevestigd blijft. Voor minerale wol wordt tot op heden weinig intrinsieke veroudering van de brandreactie verwacht.

Kunststofisolaties zoals EPS, XPS en PUR/PIR hebben doorgaans een minder gunstige brandreactie (D-F) en kunnen dus bijdragen aan de brandontwikkeling. De brandprestatie kan mede afhankelijk zijn van brandvertragende additieven, cacheringen en andere productcomponenten. Over de evolutie hiervan bij veroudering is onvoldoende kennis beschikbaar om voor hergebruik algemene uitspraken te doen. Hun positie en bescherming binnen de opbouw zijn daarom belangrijke aandachtspunten. 

Binnen dit project werden geen aanvullende akoestische proeven uitgevoerd.

De akoestische bijdrage van isolatiematerialen wordt vooral bepaald door hun functie binnen de volledige opbouw. Voor een goede akoestische werking wordt doorgaans gebruikgemaakt van voldoende zware materialen voor geluidsisolatie en van open poreuze materialen, zoals minerale wol, voor geluidsabsorptie in spouwen. Bij minerale wol zijn onder meer de luchtstromingsweerstand, densiteit, dikte en een volledige spouwvulling relevant. Verzakte of vervormde isolatie kan door het ontstaan van lege zones de akoestische werking verminderen.

Stijve gesloten-cellige isolatieplaten zoals EPS, XPS en PUR combineren een laag gewicht met een relatief hoge stijfheid en een gesloten celstructuur. Daardoor leveren ze doorgaans geen bijdrage als absorberende spouwvulling en worden ze minder vanuit een akoestische functie geselecteerd. In specifieke opbouwen kunnen hun mechanische eigenschappen, waaronder de dynamische stijfheid, wel een rol spelen.

Binnen de beschouwde toepassingen wordt verwacht dat normale materiaalveroudering geen wezenlijke invloed heeft op de akoestische prestatie, zolang vorm, positie en aansluiting behouden blijven.

Brand & akoestiek

Info over eventuele aanwezigheid van 'gevaarlijke' stoffen

Hergebruik van isolatie kan de milieu-impact van bouwen en renoveren verminderen. Die milieuwinst is alleen verantwoord wanneer ook de veiligheid voor mens en milieu voldoende kan worden aangetoond. Isolatie die vandaag vrijkomt uit bestaande bouwwerken, kan zijn geproduceerd onder oudere regelgeving of kan tijdens plaatsing, gebruik of ontmanteling verontreinigd zijn geraakt. Productidentiteit, productieperiode, oorspronkelijke toepassing, beschikbare documentatie en de resultaten van een sloop- of hergebruikinventaris zijn daarom belangrijke gegevens. Wanneer documentatie en visuele beoordeling onvoldoende zekerheid bieden, moet een geschikte analyse of deskundige materiaalspecifieke beoordeling worden uitgevoerd.

Binnen Start 2 Reuse Insulation werd de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de onderzochte isolatieproducten niet systematisch bepaald. De richtlijnen uit deze tool zijn bijgevolg een eerste screening op basis van bekende aandachtspunten in regelgeving en literatuur. Zij zijn niet limitatief en vervangen geen beoordeling van de concrete partij. De vermelde aandachtspunten inzake gevaarlijke stoffen zijn specifiek voor bepaalde productgroepen uitgewerkt. Dit betekent echter niet dat gevaarlijke stoffen uitsluitend voor deze producten relevant zijn. Ook voor andere isolatiematerialen en bouwproducten kan een beoordeling noodzakelijk zijn, rekening houdend met hun samenstelling, ouderdom, gebruiksgeschiedenis en de toepasselijke regelgeving. De gevolgen van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen hangen niet alleen af van de stof zelf, maar ook van wat men met het product wil doen. Voor direct hergebruik, voorbereiding voor hergebruik, het opnieuw op de markt brengen van producten, recyclage en afvalverwerking kunnen verschillende regels en aandachtspunten gelden.

Met de term ‘gevaarlijke stoffen’ bedoelen we persistente stoffen, zorgwekkende stoffen, vezelrisico’s, blaasmiddelen en mogelijke verontreinigingen uit de gebruiksfase die op grond van nieuwe of aangescherpte regelgeving aan beperkingen, verbodsbepalingen, drempelwaarden of bijzondere verplichtingen inzake hergebruik, recyclage, afvalbeheer of het opnieuw op de markt brengen van producten onderworpen kunnen zijn.

Hieronder kan per soort isolatiemateriaal meer info teruggevonden worden over de aanwezigheid van bepaalde 'gevaarlijke' stoffen.

Bij minerale wol is de mogelijke ouderdom van de vezels een aandachtspunt. Minerale wolvezels die voldoen aan de voorwaarden van Nota Q bij bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008 mogen beschouwd worden als niet-carcinogeen. Het productiejaar 1997 kan in België als praktische indicatie worden gebruikt omdat vanaf die periode hoofdzakelijk minerale wol met lage biopersistentie op de markt werd gebracht. Indien de productidentiteit of de conformiteit met Nota Q niet voldoende kan worden aangetoond, is een voorzichtige beoordeling aangewezen.

Bij PUR/PIR-isolatie moet rekening worden gehouden met historische blaasmiddelen en vlamvertragers. Vooral oudere platen kunnen F-gassen bevatten die als blaasmiddel werden gebruikt en een Global Warming Potential (GWP) hebben. Platen van vóór 2004 bevatten doorgaans nog CFK’s of HCFK’s. Hergebruik is mogelijk wanneer de platen intact blijven. Beschadiging, versnijding en vermaling worden daarom best zoveel mogelijk vermeden om het vrijkomen van resterende gassen te beperken. Het is bovendien aanbevolen deze platen bij hergebruik te identificeren als ‘mogelijk F-gashoudend’.

Vanaf 2004 werden deze blaasmiddelen stapsgewijs uitgefaseerd. PUR/PIR-platen uit 2005–2009 bevatten doorgaans geen F-gassen meer, of uitzonderlijk nog HFK’s. Daarnaast kunnen in PUR/PIR ook fosfor- of halogeenhoudende vlamvertragers aanwezig zijn. De aanwezigheid en eventuele gevolgen voor hergebruik of verwerking moeten steeds worden beoordeeld in functie van het product, de stof en de geldende regelgeving.

Voor geëxtrudeerd polystyreen (XPS) isolatie is hexabroomcyclododecaan (HBCDD) een aandachtspunt. HBCDD werd in het verleden gebruikt als vlamvertrager en is een persistente, bioaccumulerende en toxische stof. De vervaardiging, het op de markt brengen en het gebruik ervan zijn op Europees niveau uitgefaseerd en HBCDD is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen. In de praktijk kan het productiejaar 2017 als een belangrijke mijlpaal worden beschouwd, aangezien vanaf die periode XPS-isolatie die op de Europese markt werd gebracht in principe geen HBCDD meer bevat. Wanneer de aanwezigheid van HBCDD op basis van ouderdom en toepassing niet kan worden uitgesloten, is een aanvullende beoordeling aangewezen. Een XRF-meting kan hierbij worden gebruikt als screeningsmethode voor de aanwezigheid van broomhoudende vlamvertragers.

Daarnaast moet bij XPS-isolatie ook rekening worden gehouden met het gebruikte blaasmiddel. Platen van vóór 2000 kunnen CFK’s of HCFK’s met een hoog Global Warming Potential (GWP) bevatten. Dergebruik is mogelijk zolang de platen intact blijven, maar beschadiging en vermaling worden best vermeden en de platen worden bij voorkeur aangeduid als ‘mogelijk F-gashoudend’. XPS uit 2001–2019 is doorgaans geblazen met lucht, CO₂ en/of HFK’s en kan in principe worden hergebruikt, al blijft het aangewezen beschadiging te beperken. Platen vanaf 2020 bevatten voornamelijk CO₂ en lucht, of in sommige gevallen HFK’s met een GWP lager dan 150, en vormen vanuit het oogpunt van het blaasmiddel doorgaans geen belemmering voor hergebruik.

Voor geëxpandeerd polystyreen (EPS) isolatie is hexabroomcyclododecaan (HBCDD) een aandachtspunt. HBCDD werd in het verleden gebruikt als vlamvertrager en is een persistente, bioaccumulerende en toxische stof. De vervaardiging, het op de markt brengen en het gebruik ervan zijn op Europees niveau uitgefaseerd en HBCDD is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen. In de praktijk kan het productiejaar 2017 als een belangrijke mijlpaal worden beschouwd, aangezien vanaf die periode EPS-isolatie die op de Europese markt werd gebracht in principe geen HBCDD meer bevat. Wanneer de aanwezigheid van HBCDD op basis van ouderdom en toepassing niet kan worden uitgesloten, is een aanvullende beoordeling aangewezen. Een XRF-meting kan hierbij worden gebruikt als screeningsmethode voor de aanwezigheid van broomhoudende vlamvertragers.